Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluit

Begrippenlijst

De arbeidshygiënische strategie
Volgens deze wettelijke verplichte strategie moet de blootstelling aan gevaarlijke stoffen als volgt worden voorkomen of verminderd:
1. werk met producten of werkmethoden die minder schadelijk zijn;
2. maak gebruik van afzuiging en ventilatie;
3. voorkom onnodige blootstelling aan gevaarlijke stoffen;
4. zorg dat uw werknemers persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken.
In de Arbowet is aangegeven dat een maatregel van niveau 1 de voorkeur heeft. Alleen als het redelijkerwijs niet mogelijk is, mag een maatregel van een niveau 2 of 3 gekozen worden. Als laatste maatregel kan gebruik worden gemaakt van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Beheersmaatregelen
Maatregelen die genomen kunnen worden om blootstelling aan gevaarlijke stoffen te voorkomen of te verminderen.

Blootstellingsklasse
De mate van blootstelling is afhankelijk van de activiteit, de afstand tot de plaats waar de stof vrijkomt en de beheersmaatregelen die genomen zijn. Op basis van de gegevens die ingevuld zijn door de gebruiker van het programma, wordt een blootstellingsklasse bepaald. Blootstellingsklasse 1 is het laagst en blootstellingsklasse 4 is het hoogst (extra beheersmaatregelen zijn noodzakelijk).

CAS-nummer
CAS staat voor Chemical Abstract Services. Elke stof heeft een eigen CAS-nummer gekregen, zodat altijd duidelijk is over welke stof gesproken wordt.

CMR-stoffen
CMR staat voor carcinogeen, mutageen en reprotoxisch.
Stoffen die carcinogeen zijn, kunnen kanker veroorzaken of de kans op kanker vergroten. Een voorbeeld hiervan is asbest.
Mutagene stoffen kunnen het erfelijk materiaal veranderen. Mutageniteit wordt gezien als een eerste aanwijzing dat een stof kankerverwekkend of reprotoxisch kan zijn.
Reprotoxische stoffen zijn schadelijk voor de vruchtbaarheid en de voortplanting. Een voorbeeld hiervan is lood.
Omdat het werken met CMR-stoffen ernstige gevolgen kan hebben, moet de werkgever een aparte registratie bijhouden van deze stoffen.

CPR 15
Dit is een richtlijn waarin staat hoe gevaarlijke stoffen opgeslagen moeten worden. Inmiddels is deze richtlijn vervangen door PGS 15.

Gevaarklasse
Gevaarlijke stoffen kunnen verschillende effecten hebben op de gezondheid. Ook de ernst van het effect verschilt per stof. Om deze reden worden de stoffen en producten ingedeeld in de gevaarklassen A tot en met E. Klasse A bevat de minst gevaarlijke stoffen en klasse E de gevaarlijkste.
De gevaarklassen zijn ingedeeld op basis van Risico-zinnen (zie hieronder). Stoffen die geen R-zin hebben, zijn door deskundigen beoordeeld en ingedeeld.

Gevaarlijke stoffen en producten
Stoffen en producten die gevaarlijk zijn voor de gezondheid of die onveilig zijn.

Gevaarlijke stoffenregister
In een gevaarlijke stoffenregister moeten alle materialen en producten worden opgenomen die gebruikt worden in het bedrijf en die voorzien zijn van een etiket met een gevaarsymbool (een zwart symbool op een oranje achtergrond). Dit is een wettelijke verplichting.

Gevaarsymbool
Als een product of stof gevaarlijk is voor de gezondheid of onveilig is, dan is het etiket voorzien van een gevaarsymbool. Dit is een zwart symbool (kruis, vlam, doodshoofd, etcetera) op een oranje ondergrond. Er zijn symbolen voor veiligheids-, gezondheids- en milieurisico’s. Die voor milieurisico’s vallen niet onder de registratieplicht voor gevaarlijke stoffen. Daarom gaat de Stoffenmanager Bouwnijverheid daar niet op in.

Kwartsstof
Kwartsstof bevindt zich onder meer in graniet, leisteen en zandsteen, maar ook in zand en grind, en daardoor in samengestelde producten als beton. Bij veel activiteiten komt daardoor kwartsstof vrij. Blootstelling aan kwartsstof kan leiden tot ernstige longaandoeningen.

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
Door een persoon gedragen middelen die bescherming bieden tegen arbeidsrisico’s. Voorbeelden zijn veiligheidsbrillen, veiligheidsschoenen, helmen en ademhalingsbescherming.

PGS 15
Een richtlijn waarin staat hoe gevaarlijke stoffen opgeslagen moeten worden. Deze richtlijn is de opvolger van onder andere CPR 15.

Risicoscore
De risicoscore geeft het risico op gezondheidsschade van een gevaarlijke stof aan. De score wordt uitgerekend op grond van de gevaarklasse en de blootstellingsklasse samen. Voor (kwarts)stof en gips worden twee iconen gebruikt. Het icoon ‘groen vinkje’ geeft aan dat de situatie voldoende beheerst is. Het icoontje ‘rood stopbord’ geeft aan dat beheersmaatregelen nodig zijn. Bij oplosmiddelen en overige gevaarlijke stoffen worden de scores I, II en III gebruikt, waarbij I veel risico aangeeft (maatregelen zijn nodig) en III weinig risico.

R-zin
Op het etiket van gevaarlijke producten staan zogenaamde R-zinnen (risico-zinnen). Deze zinnen geven informatie over het risico van de stof. Voorbeelden zijn: “schadelijk bij inademing”, “kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid”, “kan kanker veroorzaken” of “ontplofbaar met en zonder lucht”.

S-zin
Op het etiket van gevaarlijke producten staan zogenaamde S-zinnen (safety of veiligheidszinnen). Deze zinnen geven informatie over de maatregelen die genomen moeten worden wanneer gewerkt wordt met de stof. Voorbeelden zijn: “niet eten of drinken tijdens gebruik”, “aanraking met de huid vermijden” of “draag geschikte beschermende kleding”.

Veiligheidsinformatieblad (VIB)
Een blad met gedetailleerde informatie over veiligheids- en gezondheidsrisico’s van een product. Een leverancier is verplicht een VIB ter beschikking te stellen bij de eerste levering van een product.

Ventilatie
Het vervangen van verontreinigde lucht door schone verse lucht. Dit kan door het openen van ramen en deuren, maar ook door gebruik te maken van afzuiginstallaties.

Werkplek Instructiekaarten
Een overzicht waarin de risico’s van een product of stof zijn opgenomen en de maatregelen die genomen kunnen worden om de risico’s te beperken.

Instructie inloggen